Het Goffertpark is het grootste park van Nijmegen: 83 hectare groen midden in de stad, ongeveer een kwart van de oppervlakte van Central Park in New York. Het is aangelegd in de jaren dertig, in een tijd dat de economische crisis veel Nijmegenaren zonder werk zette.
Aangelegd door werklozen
In de jaren dertig liep de werkloosheid in Nijmegen hoog op. In de benedenstad zat meer dan de helft van de arbeiders zonder werk. De gemeente liet daarom een stadspark aanleggen als werkverschaffingsproject. Vanaf het voorjaar van 1935 gingen ruim 160 werklozen aan de slag, voor 35 cent per uur.
Het werk gebeurde met de hand, met schop en kruiwagen. Waar bos en heide lagen, kwamen glooiende grasvelden, paden, vijvers en bruggen. Het parkontwerp was van J.H. Schmidt en D. Monshouwer. Om die zware aanleg kreeg het stadion de bijnaam de Bloedkuul; vlakbij staat een monumentje voor de werklozen die het park groeven.
Het park is genoemd naar de Goffertboerderij. “Goffert” was vermoedelijk de bijnaam van een vroegere bewoner: een nogal grof gebouwde man.

Open sinds 1939
Op 8 juli 1939 werd het Goffertpark feestelijk geopend, in aanwezigheid van prins Bernhard. Een week later ging ook het openluchttheater open. Bij het park hoorde een stadion met een atletiek- en wielerbaan. Het was toen, na De Kuip en het Olympisch Stadion, het derde stadion van Nederland. Voetbalclub N.E.C. verhuisde er in 1961 naartoe.
Gegroeid na de oorlog
In 1952 groeide het park van 65 naar 83 hectare. In datzelfde jaar ging het openluchtbad open. In 1999, zestig jaar na de opening, werden het park en het stadion grondig opgeknapt.
Vandaag is het Goffertpark een plek voor recreatie, sport en evenementen. Er zijn wandel- en fietspaden, een rozentuin, een natuurtuin en een kinderboerderij, en op het grote veld worden concerten en festivals gehouden. Op Koningsdag is er de vrijmarkt.
Meer over de geschiedenis van het park lees je op noviomagus.nl en bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.